Ros: “Ik mag van mijn hobby mijn beroep maken”

0 Geplaatst door - 10 maart 2017 - Nieuws

Per 1 januari trad Thijs Ros in dienst van de Nederlandse Atletiekunie. Op Papendal gaat hij aan de slag als talent coach op de explosieve onderdelen. Jonge talent zal hij richting grote internationale eindtoernooien begeleiden. Het bevalt de Woerdenaar goed en vol enthousiasme vertelt hij over zijn werkzaamheden. Nog altijd combineert hij dit met het training geven bij de Woerdense atletiekvereniging Clytoneus.

“Het is een overgang van een klas vol wildebrassen om half negen ’s ochtend naar een hele relaxte atletiekhal met drie à vier atleten”, begint Ros zijn verhaal. “Ik mag mijn hobby als atletiektrainer nu mijn werk noemen. Het is een cliché dat ik laat vallen, maar toch is het zo”, vertelt Ros. Het is alleen niet zo dat de trainer geen plezier had in zijn werk als gymdocent. “Dat was ook werk dat ik als hobbyt zag, maar dit heb ik altijd gewild.” Het administratieve gedeelte van het bestaan als gymdocent kon Ros minder bekoren, maar die binnen zijn huidige werk kennen een andere invulling. “Als gymdocent zijn de werkzaamheden in de gymzaal het allerbelangrijkste.  Het gebeurt nu ook wel op de baan, maar het plan is ook bepalend”, legt Ros het verschil uit in taken uit.

Op Papendal is Ros geen nieuwkomer. Hij heeft al bijgedragen aan voorbereidingstrajecten van estafette ploegen in aanloop naar grote internationale toernooien. “En toen kwam er plots een bericht van de technisch directeur dat er ruimte was voor twee talentcoaches. Of ik er daar een van wilde zijn”, klonk de vraag die aan Ros werd voorgelegd. De stap werd mede mogelijk gemaakt door een hernieuwd programma richting de volgende Olympische Spelen. “Het kwam als zo’n verrassing dat ik helemaal niet bezig ben geweest met het feit dat er nu ruimte zoor zou komen. Ik wist niet zo goed wat de plannen waren, maar het moment is daar nu wel voor.”

De beginperiode kenmerkte zich door gewenning door mee te lopen met de trainers die al langere tijd op Papendal aanwezig zijn. “Ik zie nu ook dingen langskomen waarmee ik aan de gang kan gaan.” Deze nieuwe inzichten kan hij eerst in de praktijk brengen bij Clytoneus, een functie die hij nog niet heeft opgegeven. “Ik kan die club niet zomaar de rug toekeren. Dat zou ik ook zonde vinden, want er lopen atleten bij die ik al jaren training geef.”

Vooralsnog  richten de taken van Ros zich op de talenten die rondlopen op het epicentrum van de Nederlandse sport en wanneer het aan hem ligt zal hij nog lang met deze doelgroep blijven werken. “Het is een leeftijd die me wel goed ligt. Het lukt me goed om met ze te communiceren”, laat hij weten. De voorbereiding op grote jeugdtoernooien gaat door en daarin draagt Ros zijn steentje bij.

 

Geen reacties

Reageer